Misbruik van procesrecht

In een civiele procedure wordt de verliezende partij over het algemeen veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze proceskostenveroordeling omvat echter niet alle daadwerkelijk gemaakte juridische kosten van de wederpartij. De rechter wijst namelijk een forfaitair bedrag toe dat (vrijwel) altijd lager is dan de daadwerkelijke kosten.

In bepaalde (uitzonderlijke) gevallen hanteert de rechter geen forfaitair bedrag, maar volgt een veroordeling in de daadwerkelijke proceskosten van de wederpartij. Dit gebeurt in het bijzonder indien een partij misbruik van procesrecht maakt. De Hoge Raad heeft bepaald dat partijen misbruik van procesrecht maken indien een vordering is “gebaseerd op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kenden of hadden behoren te kennen of op stellingen waarvan zij op voorhand moesten begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden” (ECLI:NL:HR:2007:BA3516). Overigens kan niet enkel een vordering, maar ook een verweer misbruik van procesrecht opleveren. Daarvoor geldt dezelfde maatstaf (ECLI:NL:PHR:2021:979).

Een beroep op misbruik van procesrecht zal niet snel worden toegewezen. Dat heeft er mee te maken dat eenieder toegang moet hebben tot de rechter. Een voorbeeld van een procedure waar wél een volledige proceskostenveroordeling werd toegekend is de spraakmakende zaak van de ‘liegende rechter’. Het Hof Den Bosch veroordeelde nota bene de Staat in de daadwerkelijke advocaatkosten van de wederpartij. Deze uitspraak is later bekrachtigd door de Hoge Raad.

Onze publicaties

Lees alle artikelen

  • 25 april 2024

    Is de CSDD-Richtlijn een gevaar voor duurrelaties?

  • 21 maart 2024

    ESG-vereisten van de CSDD-Richtlijn

  • 22 februari 2024

    WAMCA in de praktijk

  • 01 december 2023

    WAMCA revolutie: van complexiteit naar duidelijkheid

Volg ons op LinkedIn: Poelman c.s. op LinkedIn